Yachtmaster Offshore

Yachtmaster

Neef Willem belt. Hij gaat begin mei in west-Schotland zijn examen Yachtmaster Offshore varen. Of ik dan wil bemannen op zijn kotter. Dat wil ik natuurlijk wel. Vlak voor hij ophangt meldt hij achteloos: “O ja, ik heb jou ook ingeschreven, je doet gelijk examen met mij.” Tuut, tuut, tuut…

Gelukkig heeft Willem vier dagen oefenen met een RYA-instructor gepland. Deze Jaimie blijkt een kandidaat RYA-examinator te zijn, precies wat we nodig hebben. Jaimie laat ons aankomen op stroom bij meerboeien en steigers, blind baaien in laveren naar stenige ankerplaatsen, onderzeese bergtoppen zoeken op basis van transitopeilingen en steeds weer die MOB. Intussen grilt hij ons over de Bepalingen, kaartsymbolen, lichtkarakters, getijden en weerkunde.
“If you guys sail this boat like you normally do, the Yachtmaster certificate will be yours”, beweert hij overtuigd. Maar, mijzelf overtuigen dat ik klaar ben voor dit examen is moeilijker dan ik dacht. De vrees voor zakken neemt hersenruimte in die ik liever beschikbaar had voor concentratie op het examen zelf. Ik verpruts zowaar een eenvoudige aanlegmanoeuvre. Alpha is een grote boot waarmee ik nog lang niet kan lezen en schrijven. De rotsige kust is ongenaakbaar en roept beelden op van gekraakte rompen en verzopen zeelieden. Neef Willem geeft toe zich net zo te voelen, terwijl hij een is met zijn boot en hier al jaren zeilt. Zijn wij watjes?

Tot mijn opluchting blijkt Peter, de RYA-examiner die we op 3 mei in Oban van de pier plukken, geen intimiderende zeerot. Rustig en vriendelijk verklaart deze oudere man dat er geen eenduidige RYA-manier van varen bestaat, hij wil ons gewoon zien varen en zal ons soms vragen iets buiten onze comfort-zone te doen. In mijn hoofd cirkelen als gieren de RYA-redenen om iemand te laten zakken: ‘verdwalen, een drenkeling verspelen, de boot niet controleren’. Willems boot op een rots parkeren, voeg ik er in stilte aan toe.
Na wat gekeuvel wil Peter ons allebei langszij een steiger en daarna op een meerboei zien aankomen. Dat gaat goed, zij het niet perfect, stress vermindert zichtbaar onze gebruikelijke handigheid. Vervolgens mag Willem zijn boot van Oban Bay door de smalle Firth of Lorne naar Shuna Island varen. Blind! Diep in Alpha’s buik concentreert Willem zich op kaart en getij, als in mist. Steeds vraagt hij om log en lodingen. Binnen het eiland Lismore plaagt Willie, onze derde man hem met peilingen op schapen. Toch brengt zijn bestek hem met jaloersmakende precisie naar de gewenste ankerplek, ondanks de twijfels die hij achteraf durft toe te geven. Dat ik onderweg met succes een MOB oppik, dempt mijn zorgen slechts deels.

Zondagnacht, 01.00 uur. Mijn mobiel tjilpt. Tijd om Peter’s opdracht uit te voeren: Alpha bij het eerste daglicht en bij opkomend tij in het 18 mijl zuidelijker gelegen Loch Spelve brengen; navigeer traditioneel – GPS voor noodgevallen standby.
Kreunend komt iedereen uit zijn kooi. De kajuit is koud en vochtig, het ruikt er naar natte kleren en muffe laarzen. Wolkjes adem vermengen zich met koffiedamp. Ik steek mijn hoofd uit het voorluik: motregen, slecht zicht. De schaarse lichtbakens zijn niet meer dan vlekjes strooilicht in de duisternis.
Om 02.00 uur staan we aan dek – nog een uur om over de drempel te komen. Ik struikel naar voren over lijnen en oogbouten. Peter hangt de landrot uit en stelt onnozele vragen over onbetekenende lichtjes van een boerderij en een viskwekerij. Concentratie!
“Willem, jij kent dit gat goed, breng je ons in dit weer met vertrouwen over de drempel?”
“Geen probleem.”
“Mooi zo, we gaan ankerop.”
We motoren in het donker naar waar de vaste wal moet zijn. Door een scherm van oplichtende druppeltjes verschijnt een rode joon in de lichtbundel van onze schijnwerper.
“Hard stuurboord.”
De volgende joon… en de volgende… het echolood klimt naar 3.9 meter. Dan, als de bodem wegvalt naar 24 meter sturen we mijn eerste koers. Er is geen wind, geen maan of sterren, alleen maar kletsnatte duisternis. Aan bakboord flitst rood het vuurtorentje van Apin, ver weg een vermoeden van een groen licht. Dan wordt Apin wit en geef ik een nieuwe koers op naar het groene licht. De eb sleurt hier in de nauwte. Rotsen rondom. We peilen ons suf ter controle. De groene lichtboei trekt langs als een geest, we houden hem in een peiling achteruit van 030º tot we Apin 140º peilen en in de witte sector komen van Loch Crean lichtbaken. Binnen onder een lampje vink ik op mijn vaarplan de waarnemingen en koersen af. Dan sturen we 230º tot de vuurtoren van Eielan Musdile op zuid-Lismore door de regen prikt en ik ons bestek met een kruispeiling kan verbeteren… Pfff.

De schemering voor Mull geeft alles zijn eigen vage tint. Gezichten worden weer herkenbaar, het dek krijgt zijn lengte en breedte terug. De gladde zee onderscheidt zich nauwelijks van het laaghangende wolkendek. Alleen de spierwitte lijn van brekende deining op Mull’s rotskust hecht zich aan het netvlies. Het houdt zowaar op met regenen.
De motor mag op stationair vooruit, dat geeft me meer tijd om te vinden wat ik zoek: een lage kaap, duidelijk afgetekend tegen land. Daar! Om 05.00 uur varen we het volgelopen ravijn binnen dat toegang geeft tot Loch Spelve. Het wordt nauwer. De zee zucht en proest tussen de kliffen. Mijn gegevens staan op een papiertje, maar ik ken ze nu uit mijn hoofd: blijf twee kabels van de kaap, stuur 300º naar de volgende landpunt aan de noordkant, blijf dan hooguit 50 meter uit de steile rotswand aan stuurboord tot je een groen steekbaken (rock) 270º peilt, dan met een wijde boog naar een vervallen pier aan de zuidoever, anker daar in 8 meter diep water. We moeten nog hard uitsturen om de rots met het steekbaken te missen, maar tien minuten later in een mistig loch houdt het anker en kunnen we aan de koffie met gebakken eieren.
Vlakbij in bomen beginnen opgewonden vogels een lenteconcert. Willem en ik beginnen elkaar te bestoken met flauwe grappen over near-misses. We hebben het gehaald.

Een gedachte over “Yachtmaster Offshore

Reacties plaatsen niet mogelijk.